De Breebaarts en de Waard- en Groetpolder
(WFON 1982, pagina 22)
De man, die dit roerend stuk notulen-proza op papier zette was
Nut-secretaris J. M. J. Engeringh, genees- en heelkundige te Andijk. De
man, die de kleine Age van der Leek nog net op tijd uit het water had
gehaald was Klaas Breebaart: een 'doener', een man die van aanpakken
wist. Een man, die niet alleen de kleine Age uit het water haalde, maar
nadien ook de Waard- en Groetpolder 'op het droge bracht'.
Klaas Breebaart werd geboren op 27 oktober 1808 te Andijk: als zoon van
Jan Breebaart en Geertje de Vries. Hij werd herbergier en begon er ook
nog een aannemersbedrijfje.
Als aannemer raakte hij in de loop van 1846 betrokken bij de
inpolderingswerken van de Waard- en Groetgronden.
In november 1843 was opgericht de 'Maatschappij tot inpoldering en
bebouwing van de Waard- en Groetgronden'. Nog in datzelfde jaar werd
goedgunstig door de Kroon beschikt over een aanvrage van een concessie
tot indijking. Er werd een plan opgesteld en er werd een aannemer bereid
gevonden om het voor een bedrag van f 663.000,- te realiseren. Edoch:
deze aannemer kwam in financiele moeilijkheden en moest voortijdig
afhaken. Het te lichte dijklichaam werd in november 1845 bij een fikse
storm flink beschadigd en toen besloot men aannemer Klaas Breebaart uit
Andijk te hulp te roepen. Hij bleek bereid de nodige herstel- en
afrondingswerken uit te voeren voor een, bedrag van f 439.000,-. In de
loop van 1847 haalde hij de Waard- en Groetpolder definitief boven
water: samen ruim 1500 bunder nieuw op de zilte Zuiderzee veroverd land.
De belangrijke diensten, aan de 'Maatschappij tot inpoldering en
bebouwing van de Waard- en Groetgronden' bewezen, werden gehonoreerd met
zijn benoeming tot opzichter van de beide nieuwe polders, die in 1848 -
na de liquidatie van de Maatschappij - onder één bestuur werden
gesteld, bestaande uit één dijkgraaf, vijf heemraden en acht
hoofdingelanden.
Klaas Breebaart verhuisde in 1848 naar Winkel. Om dichter bij zijn werk
te zijn. Hij werd al spoedig landeigenaar (ingeland), belandde als
heemraad in het polderbestuur en werd in 1859 tot dijkgraaf benoemd. Een
functie, die hij tot 1895 vervulde. Tot zijn dood op 22 maart 1899 bleef
hij evenwel deel uitmaken van het polderbestuur: als hoofdingeland. Als
dijkgraaf werd hij opgevolgd door zijn zoon Jan, landbouwer in de
Groetpolder.
© 1954-2012 | Westfriese Families | E-mail
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."