Kwartaalbladen » 1998 (jaargang 39) » No. 3 » pagina 101
« Vorige pagina | Volgende pagina »
Nu was Lijsbeth niet zomaar "gevallen" voor Dirk. Het was
pas nadat Dirk had beloofd om met Lijsbeth te zullen trouwen dat zij vleselijk
hadde geconverseert, en dat alléén met Dirk en niemand anders.
Groot was dan ook de schrik toen het de zwangere minderjarige Lijsbeth
duidelijk werd dat Dirk helemaal niet geïnteresseerd was in een
huwelijk met haar. Het zou toch niets meer dan redelijk zijn, dat
Oortwijn voor zoveel onbeschaamdheid zou moeten boeten. Maar ja, zolang
Dirk niet met een andere vrouw zou trouwen, was er altijd nog een kans
dat hij uiteindelijk toch voor een huwelijk zou kiezen om van alle sores
af te zijn. Het voorgenomen huwelijk met Maartje Swier maakte echter
duidelijk, dat Dirk niets zag in de jonge Lijsbeth Messchaert.
De keuze voor het harde middel om het voorgenomen huwelijk te stuiten
had - naast het gebruikelijke geroddel - ook het effect, dat Dirk zijn
"ongelukje" niet langer kon negeren. Maar goede raad is duur
en noch de Messchaerts noch Dirk waren zodanig bemiddeld, dat ze zich
gemakkelijk een, waarschijnlijk langdurige, procedure konden
veroorloven. Want langdurig zou zo'n juridische procedure zeker kunnen
worden en daarmee de nodige guldens kosten, en die waren bij beiden nu
juist niet in overvloed aanwezig. Bijkomend probleem voor Dirk zou dan
ook nog zijn, dat hij tijdens de looptijd van zo'n procedure
waarschijnlijk nog steeds niet kon trouwen niet zijn beoogde bruid. Een
schikking kwam daarmee als de meest acceptabele middenweg uit de bus.
Zo'n schikking hield impliciet wel in, dat Dirk het vaderschap van het
kind erkende en dat zou er hoe dan ook toe leiden, dat hij financieel
een veer(tje) moest gaan laten.
Na een maandje (onder)handelen kon de bereikte overeenkomst door de
Medemblikker notaris Carel Gerdenier op papier worden gezet en met de
handtekeningen van beide partijen worden bezegeld. Het resultaat was
echter niet mals. De vergoeding die Lijsbeth en haar vader Pieter hadden
weten te bedingen ter leniging van de kraamkosten en het komende
onderhoud voor de jonge Dirk kostte 'vader' Dirk Oortwijn een
(afkoop)bedrag van fl 250,-. Daarmee was de rekening echter nog niet
betaald, want daar bovenop kwamen nog de kosten voor de gerechtsbode en
die van de notaris voor het opmaken van de akte. Al met al was het
achteraf bezien een dure trouwbelofte geworden. Gelukkig stond daar dan
wel tegenover, dat Dirk vanaf dat moment geen belemmering meer zou
ondervinden bij het aangaan van zijn voorgenomen huwelijk.
Niet lang nadat de overeenkomst was gesloten, werden op 23 juli 1780 de
huwelijksproclamaties in de kerk van Opperdoes dan ook voortgezet, en
nog op diezelfde zondag vond uiteindelijk dan toch officieel het
huwelijk plaats tussen Dirk Oortwijn en Maartje Gerrids Swier. Een
huwelijk, dat al snel werd gezegend met de geboorte van een zoon, Jan,
die op 24 december 1780 werd gedoopt. Blijkbaar waren Dirk en Maartje
met hun leefgewoonten al op de huwelijkse staat vooruitgelopen. Dirk was
dus wel een beetje een "doenig manje".
Hoe ging het nu verder met de voormalige minnaars en het resultaat van
hun amoureuze avonturen? Om met zoon Dirk Messchaert te beginnen. Lijsbeth
moest al na ruim drie jaar afscheid nemen van haar eerstgeborene, want
op 30 augustus 1783 werd het overlijden in Opperdoes van 't kind van
Lijsabeth Messchaert voor de impost ingeschreven.
« Vorige pagina | Volgende pagina »
© 1954-2012 | Westfriese Families | E-mail
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."