Westfriese families
Wapen van West-Friesland
 

Kwartaalbladen » 1982 (jaargang 23) » No. 1 » pagina 28-32

De heilige Hermandad van Koedijk tussen de Franse en Duitse bezetting

De eerste veldwachter, die we in de archieven van het dorp Koedijk kunnen vinden, is Cornelis Strijbis.
Crelis Strijp vinden we in 1787 in het doopboek van de Gereformeerde Kerk als hij op 2 december zijn op 30 november geboren zoon Jan laat dopen. Hij is dan gehuwd met Neeltje Jans Timmerman. Zij kwam vermoedelijk niet van Koedijk, want hun huwelijk is daar niet te vinden. Zelf kwam hij uit Noord-Scharwoude.

Op 24 januari 1795 komt hij voor het eerst voor in de stukken van de gemeente als hij zijn jaartractement wegens omroepen ƒ 1.5.0 krijgt uitgekeerd. Overigens is dit een van zijn vele baantjes, want hij vangt op dezelfde dag ƒ 3.15.0 wegens "deszelves tractement wegens kussens schudden, boeke leggen en stoove zetten in de kerk". Buiten zijn vaste tractement krijgt hij ook nog 6 of 12 stuivers per keer omroepen. In januari 1797 ontvangt hij ƒ 2.2.0 voor "3x omroepen en ombrengen van stembiljetten over Geestmerambacht".

Op 25 april 1798 legt hij met een aantal andere dorpelingen in gemeentedienst, zoals de gerechtsbode, schoolmeester, vroedvrouw, turfvoller, bulloper en schutters, de volgende verklaring af in handen van de Municipaliteit van Koedijk: "Ik verklare te hebben eenen onveranderlijken afkeer van het Stadhouderlijk Bestuur, de Aristocratie, de Regeringloosheid en het Federalismus. Dat verklare ik". Een duidelijk afgedwongen loyaliteitsverklaring aan de Franse overheerser.

Op 6 augustus 1809 wordt zijn dochter Neeltje gedoopt, waarna zijn vrouw in 1811 overlijdt. Op 26 april 1812 hertrouwt Cornelis als "dorpsdiender" met Immetje Jonker(s) van Ursem. Hij overlijdt als "veldwachter" op 68-jarige leeftijd in 1828.

Zijn opvolging wordt 22 januari 1828 goedgekeurd door de Staatsraad. Jan de Boer wordt beëdigd als gemeenteveldwachter tegen een tractement van ƒ 156,- per jaar. Hij was in 1824 als dagloner gehuwd met Neeltje Blaauw. Na bijna 33 jaar de orde te hebben gehandhaafd, verzoekt Jan vanwege zijn hoge leeftijd (75 jaar) om ontslag per 1 januari 1862, dat hem eervol wordt verleend. Hij krijgt een pensioen van ƒ 2,- per week plus iets uit de opbrengst van de verpachting van het gewas der Geestmerambachtdijk. Helaas heeft hij niet lang van zijn pensioen kunnen genieten, want in april 1862 overlijdt hij. Zijn vrouw overleeft hem ruim 10 jaar.

De volgende ordebewaarder wordt de landbouwer/arbeider/dagloner Jacob Verwer. Hij was een achterkleinzoon van de bekende Koedijker schoolmeester Claes Jansz. Verwer, gehuwd met Aaghtje Joostes.
Jacob wordt beëdigd als veldwachter voor ƒ 156,-- per jaar en wordt tegelijkertijd aangesteld als dienaar der politie voor ƒ 50,-- per jaar. Hij was getrouwd met Bregtje Geel uit de Zijpe. Na 3 jaar overlijdt Jacob, waarna Bregtje Geel op 13-12-1866 te Koedijk hertrouwt met de weduwnaar Pieter Smit.

Het dorpsbestuur stelt na Jacob's overlijden een voordracht op voor de Commissaris der Koning, met als candidaten G. Klomp, J. Blom en C. Pijs.

Op 11 maart 1865 wordt de benoeming van Gerrit Klomp bevestigd en op 25 maart volgt zijn beëdiging door de Kantonrechter. Tevens krijgt hij dan zijn aanstelling als dienaar der politie tegen ƒ 50,-- tractement per jaar.

De voormalige arbeider Klomp was gehuwd met Reinouwtje Buis van Barsingerhorn. Zijn instructie omvatte een aantal artikelen, o.a. over handhaving der openbare orde en opsporing van misdrijven. "Zo zal hij verpligt zijn niet stok (een rotting) en sabel dagelijks tenminstente eens de Gemeente Koedijk, en eens in de week dat gedeelte dat aan St. Pancras grenst en te Huiswaard rond te gaan, en naauwkeurig toe te zien dat geen bedelaars en landlopers langs het dorp aan de huizen bedelen". De eerste maal moet hij hen het dorp uitbrengen en doen vertrekken met het verbod terug te komen. Komt hij hen toch een tweede maal tegen, dan moet hij hen opbrengen.
Verder is het hem verboden op Nieuwjaar, kermis of op andere tijden rond te gaan om fooien op te halen. "Hij zal zich te allen tijde moeten doen kennen als iemand van activiteit en geschiktheid voor zijne betrekking. Ongehoorzaamheid, wangedrag of misbruik van sterken drank zullen, naar bevind van zaken, schorsing of ontslag ten gevolge hebben."

Nadat deze instructie bij zijn benoeming was voorgelezen, kreeg Gerrit een handdruk van de Burgemeester en de felicitaties van de Raad. Vervolgens werden hem zijn attributen overhandigd: sabel, tas, paternosters (handboeien), vleugeltouw en de schaal voor het omroepen.

Hij diende de dorpsgemeenschap 8 jaar en stierf, 38 jaar oud, in 1873. Zijn weduwe bleef nog 7 jaar in Koedijk wonen en ging toen terug naar Barsingerhorn. Daar hertrouwde zij met de weduwnaar Jacob Kerkmeer op 9 mei 1880, waarna men in Schoorl ging wonen. Daar overleed Jacob op 3-2-1911. Zijn weduwe vertrok in 1912 naar Koedijk, waar zij in 1927 op 92-jarige leeftijd overleed.

De "macht" kwam nu weer terug in de handen van een Verwer. Pieter Verwer, zoon van de eerder genoemde Klaas Verwer en Bregtje Geel, werd op 30 augustus 1873 als nieuwe veldwachter beëdigd. Ook hij werd tegen ƒ 50,-- per jaar aangesteld als dienaar der politie. Hij stierf 10 april 1902, 57 jaar oud, "geheel onverwacht, in de kracht van zijn leven en te midden zijner werkzaamheid" zoals de Burgemeester hem herdacht in de raadsvergadering van 14 april. Zijn weduwe Geertje Dekker kreeg een pensioen van ƒ 75,-- per jaar, ingaande 1-1-1902. Zij stierf echter al 2 jaar later.

In dezelfde vergadering van 14 april 1902 besloot de gemeenteraad de jaarwedde te brengen op ƒ 400,-- met vrije uniform-bovenkleding. De nieuwe veldwachter zou tevens gemeentebode worden tegen een tractement van ƒ  50,--. Daarentegen verviel de vrije woning. Dit was een bewoonbaar gedeelte van het raadhuis tegen een huur van ƒ 26,-- per jaar. Jacob Verwer, Gerrit Klomp en Pieter Verwer hebben in ieder geval in het raadhuis gewoond met hun gezinnen. Deze woning kwam nu ter beschikking van de secretaris.
Verder werd A.A. de Bruyn aangewezen om tijdens de vacature het dienstwerk te doen.

Voor de verschillende functies, die Pieter Verwer zoal bekleed had, werden nieuwe ambtenaren aangesteld. Als klokluider werd Gerrit Meijer benoemd voor ƒ 10,-- per jaar, hooisteker voor ƒ 15,-- per jaar werd Cornelis Man en opzichter der begraafplaats, dat ƒ  10,-- per jaar opleverde, werd de nieuwe veldwachter.
Deze nieuwe diender was een echte agent. Klaas Sloten was namelijk agent 2e kl. te Nijmegen. Hij was hier als broodbakkersknecht bij J. Goes begonnen. Daarna, in april 1890, had hij dienst genomen bij het 2e Reg. Husaren. In 1892 stapte hij over naar de 2e Div. Kon. Marechaussee te paard en in april 1898 werd hij benoemd tot Dienaar van Politie 3e kl. te Nijmegen. Misschien kon zijn vrouw, Neeltje Keizer uit Oudorp, niet wennen in die grote stad in het Zuiden, en hebben zij de kans gegrepen om terug te gaan naar het Westfriese land, toen die zich voordeed. Op 2 mei 1902 kwam de goedkeuring uit Haarlem, maar omdat de Commissaris der Koningin zich persoonlijk een oordeel over Klaas Slooten wilde kunnen vormen, diende deze zich te melden bij het Kabinet der Provinciale Griffie te Haarlem. Liefst op donderdag in de voormiddag.

Na 3 jaar, op 14-2-1905, werd Klaas tevens tot Rijksveldwachter benoemd. Maar wel onbezoldigd. Buiten de eerder genoemde banen was hij ook nog bode van het Gemeentelijk Electriciteitsbedrijf van Koedijk en bode van de polder de Kleimeer. Dit laatste leverde ƒ 3,-- per jaar op.

Intussen was voor en gedurende de vacature de dienst waargenomen door rijksveldwachters uit Alkmaar, o.a. JJ. van der Meijden. Wegens buitengewone surveillance in die periode kregen zij van het Koedijker gemeentebestuur een gratificatie van ƒ 20,--. Ook in 1903 werd aan de rijksveldwachters C. van der Molen en J.J. van der Meijden een gratificatie van ƒ 10,-- per persoon toegekend.

Eind 1930 moesten de raadsleden uit een krantenberichtje vernemen, dat hun gemeenteveldwachter eervol ontslag had gekregen. In de raadsvergadering van 19 december werd officieel bevestigd dat Slooten op eigen verzoek ontslag had gekregen per 1-1-1931. Dit gaf nogal wat tumult, mede door de geheimzinnigheid die rond de hele procedure zou hebben gehangen. De burgemeester wist de gemoederen echter te sussen. Na zijn ontslag bleef Klaas Slooten wel zijn andere werkzaamheden uitvoeren.

Zijn functie als veldwachter ging over op zijn zoon Bartholomeus Cornelis Slooten. Per 17-6-1931 werd hij tevens benoemd als gemeentebode en als deurwaarder der plaatselijke belastingen. Op 1-3-1943 werd hij uit deze functies ontslagen.

"Mees" Slooten was ook bij de Marechaussee geweest en wel vanaf 1926 bij de 3e Div. Kon. Marechaussee te voet, met als standplaats Valkenburg (L.) o.a. voor de grensbewaking. Maar in de crisisjaren voor 1930 werd hij en anderen ook ingezet bij de rellen tijdens de verschillende stakingen in het land.

Per 1-1-1940 werd hij ook bode van de Kleimeer-polder, een baantje dat zijn vader toen pas, na 38 jaar, neerlegde. De vergoeding hiervoor was inmiddels opgetrokken tot ƒ 20,-- per jaar. Zijn wedde als veldwachter bedroeg in 1938 ƒ 1700,-- met vrije kleding (ƒ 90,--), vrije geneeskundige behandeling (ƒ 25,--) en een gratificatie voor kermisdiensten van ƒ 30,--.

In februari 1941 werden 1200 evacuées uit Amersfoort in Koedijk ondergebracht. De burgemeester verzocht daarom de Commissaris van Noord-Holland om twee onbezoldigde gemeenteveldwachters te mogen aanstellen. Deze goedkeuring werd verleend en aangesteld werden Pieter de Vet, de smid, gehuwd met Guurtje Beets, en een gepensioneerde onderofficier van het Kon. Ned. Indisch Leger, Louis Cornelis van Overmeeren, geboren op 11-1 1-1885 te Putten (Geld.). In april 1943 kwam het bericht dat hun functies ingetrokken moesten worden. Per 1 maart was de Nederlandse politie door de Duitsers gereorganiseerd. Hierbij was de bezoldigde gemeenteveldwachter overgegaan naar de marechaussee. Zodat nu in Koedijk uitsluitend Staatspolitie de eigenlijke politiediensten uitoefende. Aan onbezoldigden mochten geen gemeenteveldwachterdiensten meer worden opgedragen. De twee onbezoldigde functies werden daarop opgeheven.

Na de oorlog werd de Staatspolitie omgezet in het Korps Rijkspolitie. Ook Mees Slooten ging naar dit korps over als Wachtmeester 1e kl. Tot 1-9-1958 heeft hij als zodanig zijn diensten in Koedijk gedraaid. Maar toen was de "dorpsveldwachter" al 15 jaar een herinnering uit het verleden.

De familiegegevens van de genoemde veldwachters volgen in de volgende uitgave van Westfriese Families.


© 1954-2018 | Westfriese Families | E-mail | Sitemap
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."

Westfries Genootschap