Westfriese families
Wapen van West-Friesland
 

Artikelen » WFON

Zeven generaties Lammerschaag boeren op dezelfde plek
(WFON 1998, pagina 44)

Lammerschaag nummer vijf: Pieter Jacob (1903-1984) Als oud-voorzitter van de Grebpolder en oud-heemraad

Lammerschaag nummer vijf: Pieter Jacob (1903-1984), met zijn vrouw Margaretha Yda Schipper (1903-1980). Ook deze Lammerschaag deed meer dan koeien melken. Hij bekleedde diverse bestuurlijke functies in het maatschappelijk leven. Zo was hij voorzitter van de Raiffeisenbank Koedijk, heemraad van de polder Geestmerambacht en bestuurslid van zuivelfabriek Neerlandia te Stompetoren. (Foto familie-archief Lammerschaag)

Als oud-voorzitter van de Grebpolder en oud-heemraad van de polder Geestmerambacht schudt Pieter Jacob Lammerschaag (links) de hand van ir. J. G. I. Van Beek bij diens afscheid in 1982 als districtsingenieur voor de kop van Noord-Holland van de Cultuurtechnische Dienst. Van Beek speelde een belangrijke rol bij ruilverkavelingen, zoals bij die van Geestmerambacht. In het midden mevrouw Van Beek. (Foto familie-archief Van Beek)

Niet meer durven
De ingrijpende ruilverkaveling veranderde het Geestmerambacht van vaar- naar rijpolder. Jan Lammerschaag had na de verkaveling 42 hectare land. Op de vroegere Bregweid had hij een nieuwe loopstal laten zetten. "Een enorme verbetering, de verkaveling. Geen gemedder meer met het schuitje, waarmee je alles moest vervoeren. Je hooi, mest, vee, paarden en later je trekker. Enorm zwaar allemaal. En toch redde je het. Ik zou het nu niet eens meer durven, de trekker op het schuitje rijden. Terwijl ik het toch vaak genoeg heb gedaan." Lammerschaag had een motorvlet, twee vletten met elk een laadvermogen van vijf ton en een praam (drie ton). In 1980, na de afhandeling van het laatste bezwaarschrift tegen de ruilverkaveling, ging de verkavelingsrente in. Voor Lammerschaag werd het bedrag vastgesteld op jaarlijks 100 gulden per hectare, te betalen dertig jaar lang.

Het aantal koeien breidde zich gestaag uit. Nadat vader Jan en zoon Pieter, de zevende generatie, in 1988 een maatschap hadden gevormd, liep het aantal koeien op tot tachtig stuks. In de veefokkerij hebben de Lammerschagen nooit een vooraanstaande rol gespeeld. "We waren altijd goed in het bewerken van het land, maar zijn nooit topfokkers geweest", aldus Jan. "Eerst fokten we met Hollandse stieren. Later hadden we veel koeien op stal met HF-bloed, van Amerikaanse stieren. Dat kon toen eigenlijk niet anders. De basis voor het in stand houden van de Noordhollandse fokkerij werd te smal."

« Vorige pagina | Volgende pagina »


© 1954-2019 | Westfriese Families | E-mail | Sitemap
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."

Westfries Genootschap