Westfriese families
Wapen van West-Friesland
 

Artikelen » WFON

Zeven generaties Lammerschaag boeren op dezelfde plek
(WFON 1998, pagina 38)

Geen grote gezinnen
Zeven generaties Lammerschaag boerden ononderbroken op dezelfde plek. Dat waren achtereenvolgens: Hillebrand (1762-1821), Jan (circa 1804-1862), Hillebrand (1840- 1911), Jan (1870-1948), Pieter Jacob (1903-1984), Jan (1931) en Pieter Nicolaas (1958). Steeds van vader op zoon. Op het Noordeinde van Koedijk boerde begin vorige eeuw een tweede Lammerschaag. Dat was Hillebrand Janszoon Lammerschaag. Hij was een neef van Hillebrand Klaaszoon, de eerste van de zeven Lammerschagen van ons rijtje. De lijn van Hillebrand Janszoon Lammerschaag (schipper, landbouwer en veehandelaar) werd niet voortgezet. Hij had geen zoons, alleen drie dochters. Bij veel families houdt het bij drie generaties op dezelfde boerderij op. Er bestaat een spottend boerengezegde dat niet voor niets luidt: De eerste is een werver, de tweede een erver en de derde een bederver. Met andere woorden: grootvader koopt de boerderij, vader erft de stolp en de kleinzoon (of diens erfgenamen) stoot het bezit af. Waarom is de boerderij van de Lammerschagen zo lang in bezit van de familie gebleven? Jan Lammerschaag: "Weinig kinderen, weinig zoons. Dat is de belangrijkste reden. Het is nooit een familie van grote gezinnen geweest. Met veel kinderen zie je dikwijls dat de erfgenamen geld willen zien, waardoor de boerderij moet worden verkocht en dat het familiebezit in delen uiteen valt. Bij ons was dat niet zo. Wel zat er bij de Lammerschagen steeds voldoende boerenbloed." Grietje Stam schonk haar echtgenoot Hillebrand Lammerschaag drie kinderen, twee meisjes en een jongen.De oudste, Dieuwertje, kwam jong te overlijden. Guurtje en Jan kregen elk een boerderij. Jan kwam op de stolp die zijn vader in 1811 had gekocht. Ook zijn huwelijk leverde Jan Lammerschaag geen grote kinderschare op. Zijn vrouw Antje Nieuwland baarde twee kinderen, Grietje en Hillebrand. Landman Jan Lammerschaag was een flinke boer. Hij had in 1845 twintig koeien op stal staan, zo leert een inventaris van goederen die na het overlijden van zijn vrouw was opgemaakt.

De koebeesten werden gewaardeerd op een bedrag van 1600 gulden. Voorts bestond de veestapel uit drie pinken (samen 60 gulden), een mestkalf (25 gulden), vier kalveren (12 gulden), drie zeugen (50 gulden) en 22 schapen (200 gulden). De twee paarden stonden genoemd voor 250 gulden. Natuurlijk werd in de eigen boerderij kaas gemaakt. Het zou nog bijna een halve eeuw duren voordat Koedijk een eigen kaasfabriek kreeg. Om kaas te maken beschikte Jan Lammerschaag over een stel zetters, vier commissiemakers, twee tobbens, acht emmers en drie kaasplanken.

'Weinige overeenstemming'
De volgende Lammerschaag was drie jaar burgemeester van Koedijk, van 1889 tot 1892. Dat was voor Hillebrand Lammerschaag, landeigenaar-veehouder, een bijbaan. Hij volgde Simon Kramer op, wie eervol ontslag was verleend. In zijn eerste vergadering van de gemeenteraad van Koedijk, op 22 mei 1889, sprak hij de hoop uit dat het bestuur in eendragt en samenwerking zijn werk zal begeleiden en dat de raad de opgenomen taak zal vergemakkelijken. Hoe anders liep het af. Al na drie jaar legde Hillebrand Lammerschaag de functie van burgemeester neer. Op 12 mei 1892 diende hij zijn ontslag in. Aan de gemeenteraad schreef hij: De weinige overeenstemming welke er tusschen U en mij bestaat omtrent de meening op welke wijze de belangen der gemeente en hare ingezetenen bet best kunnen worden behartigd, heeft mij tot het nemen van dit besluit geleid.

« Vorige pagina | Volgende pagina »


© 1954-2019 | Westfriese Families | E-mail | Sitemap
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."

Westfries Genootschap