Medemblikker magistraten: 1700-1795
(WFON 1992, pagina 97)
In januari 1777 diende Medemblik bij de Staten van Holland een rekest
in waarbij werd verzocht om de minimumleeftijd voor toetreding in de
vroedschap te verlagen tot 20 jaar. Het verzoek wordt gehonoreerd,
waarop de op dat moment 24-jarige Frans Pont (afkomstig uit een Edams
regentengeslacht) tot vroedschap wordt gekozen. Twee jaar later wordt
nogmaals een 24-jarige (mr. Cornelis Veen) lid van de vroedschap 11).
De wetsverzetting in 1788, na de overwinning op de Patriotten, had in
Medemblik het afzetten van twee vroedschappen tot gevolg. Een derde lid
trad af omdat hij door Willern V werd aangesteld tot vroedschap van de
stad Alkmaar. Drie nieuwe vroedschappen werden aangesteld, maar de
vacatures van twee in 1787 en 1789 overleden raadsleden werden niet meer
vervuld, zodat toen het einde van de oude Republiek in januari 1795 kwam
de overgebleven veertien leden van de vroedschap het bestuur overdroegen
aan het revolutionair comité 12).
Burgemeesters en schepenen
In tegenstelling tot het ambt van vroedschap, dat men in principe voor
het leven bekleedde, werden burgemeesters en schepenen voor één jaar
in hun functie gekozen. Pas een jaar na hun aftreden waren ze weer
verkiesbaar. Uit de afgaande burgemeesters kozen de nieuw aangestelde
burgemeesters er één die een jaar langer aanbleef als president. Een
burgemeester die twee jaar in functie was geweest kon eerst na twee jaar
opnieuw worden gekozen.
In Medemblik was, evenals in de andere Westfriese steden Hoorn en
Enkhuizen, de burgerij betrokken bij de verkiezing van de twee
burgemeesters, die jaarlijks op Oudejaarsdag werden gekozen door dertig
kiesmannen. Deze kiesmannen werden geloot uit een groep van zestig
personen, vanouds de rijkste burgers. In de zeventiende en achttiende
eeuw bestonden de 'zestig' uit alle vroedschappen aangevuld met burgers,
die voor het leven werden gekozen. Eik jaar werd voordat de verkiezing
plaatsvond het aantal 'zestigen' aangevuld, indien door overlijden of
vertrek vacatures waren ontstaan 13).
Sedert 1619 waren alleen nog de leden van de vroedschap verkiesbaar tot
burgemeester. Doordat aftredende burgemeesters niet direct herkiesbaar
waren kon men bij een vroedschap van zestien leden derhalve uit maar
twaalf personen een keuze maken. Echter, de uitslag van de stemming
stond, zo concludeerde De Lange voor het einde van de zeventiende eeuw,
kennelijk bij voorbaat vast en de stemming was alleen nog een
formaliteit 14).
Want niet elk lid van de vroedschap kon zo maar worden gekozen. Het was
gewoonte geworden de kring van (oud-)burgemeesters zo klein mogelijk te
houden met het oog op de (veelal lucratieve) ambten die alleen aan
oud-burgerneesters waren voorbehouden. Gemiddeld bestond de groep
consulairen uit acht personen.
11) OAM inv.nr. 35, octrooi Staten van Holland 17-1-1777;
inv.nr. 36, resoluties 20-1-1777 en 14-6-1779.
12) OAM inv.nr. 36, resoluties
25-7-1788 en 23-1-1793.
13) Tegenwoordige Staat, 515; De Lange - Regeringsvorm, passim; Kooijman - Regenten, 48.
14) De Lange - Regeringsvorm, 138.
© 1954-2012 | Westfriese Families | E-mail
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."