Westfriese families
Wapen van West-Friesland
 

Medemblikker magistraten: 1700-1795
(WFON 1992, pagina 96)

Voortaan zou een vacature alleen door die kolom waarin deze was gevallen, worden aangevuld. De begeving van alle belangrijke ambten werd vastgelegd. Elke kolom zou een burgemeester kiezen en beurtelings de president-burgemeester leveren. Op dezelfde wijze zouden door elke kolom drie schepenen worden gekozen en zou de presidentschepen beurtelings uit belde kolommen afkomstig zijn. De buitencommissies werden voor de eerste maal bij loting verdeeld, waarbij aan de ene kolom de keuze van de Rekenmeester en de Gecommitteerde Raad van het Noorderkwartier toekwam en aan de andere kolom de Raad ter Admiraliteit van het Noorderkwartier en de heemraad van de Noorderkoggen. Na afloop van de tweejarige zitting zou de begeving hiervan worden geruild. In alle gevallen gold dat bij vacature de vervanging uit dezelfde kolom zou moeten komen. Er zouden voortaan twee secretarissen zijn, van elke kolom een. En ter oplossing van het probleem waar het allemaal om begonnen was, werd in artikel 19 vastgelegd dat absente heren door middel van een briefje zouden mogen stemmen en ingeval een lid door ziekte niet in staat zou zijn ter vergadering te komen zou zijn stem worden afgehaald 8).
Het laatste artikel van het reglement behelsde een verzoek om dit door de Staten van Holland te laten goedkeuren. Dit verzoek werd echter na ruggespraak met raadpensionaris Heinsius ingetrokken daar 'sulks bij andere Steden in diergelijke gevallen niet was gedaan'. Medemblik was namelijk niet de enige stad waar een dergelijk reglement op de ambtenbegeving bestond 9).
Tot het einde van het Tweede Stadhouderloos Tijdperk heeft dit contract het stadsbestuur in Medemblik geregeld. De verheffing van Willem IV tot stadhouder in 1747 maakte er een einde aan. In mei 1749 verzette Willem IV de wet en stelde in plaats van de vijf afgezette heren (van wie overigens twee in de jaren 1750 weer terug op het kussen kwamen) zeven nieuwelingen aan, waarmee het aantal vroedschappen weer werd teruggebracht op zestien personen 10).
In de tweede helft van de achttiende eeuw wordt het in Medemblik steeds meer een probleem om kandidaten voor een vroedschapsplaats te vinden. Oude regeringsgeslachten als Brouwer, Schellinger, Spiegelmaker en De Zee stierven uit en de bepalingen inzake verwantschap bemoeilijkten de keuze in een zo kleine groep nauw aan elkaar gelieerde families. Vooral de periode 1761-1770 waarin tweederde van de vroedschap vervangen werd, laat dit zien. Van de tien nieuwe leden waren er vijf van buiten de stad afkomstig en drie personen waren weliswaar in Medemblik geboren maar waren niet afkomstig uit het patriciaat.
Het aantal vroedschappen van buiten de stad neemt in de achttiende eeuw steeds meer toe. In de jaren voor 1750 waren deze 'allochtone' vroedschappen veelal nog door huwelijk verwant aan Medemblikker patriciaatsfamilies, in later jaren was ook dat niet altijd meer het geval of werd er pas na de verkiezing in de vroedschap een huwelijk met een regentendochter gesloten.

8) OAM inv.nr. 36, resolutie 24-6-1717.
9) OAM inv.nr. 36, resolutie 28-6-1717.
Zie: J. de Witte van Citters - Contracten van correspondentie en andere bijdragen tot de geschiedenis van het ambtsbejag in de Republiek der Verenigde Nederlanden (1873).
10) OAM inv.nr. 36, resolutie 25-5-1749.

Vorige pagina | Volgende pagina


© 1954-2019 | Westfriese Families | E-mail | Sitemap
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."

Westfries Genootschap