Medemblikker magistraten: 1700-1795
(WFON 1992, pagina 94)
Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 59e bundel, pagina 94-100.
Uitgave: Historisch
Genootschap "Oud West-Friesland", 1992.
Auteur: Drs. K. W. J. M. Bossaers.
DRS. K. W.J.M. BOSSAERS
Het is alweer dertig jaar geleden dat P.W. de Lange het eerste van
een tweetal artikelen over het stadsbestuur van Medemblik publiceerde 1).
Beide artikelen omvatten de periode tot en met het jaar 1699. Een
overzicht van het stadsbestuur in de laatste eeuw van de Republiek
ontbrak tot op heden 2).
Onderstaande bijdrage beoogt een aanvulling op beide artikelen te zijn.
Na een korte inleiding waarin de geschiedenis van de stad tot en met de
achttiende eeuw wordt geschetst, zal eerst het stadsbestuur van
Medemblik in de achttiende eeuw worden behandeld. Daarna volgt een
bijlage met een chronologisch overzicht van de leden van de vroedschap
van Medemblik: 1700-1795.
Medemblik in de achttiende eeuw 3)
Medemblik is een van de oudste nederzettingen van West-Friesland. Al in
899 werd ze vermeld in een lijst van de goederen van de Utrechtse
bisschop. Floris V bouwde er na zijn overwinning op de Westfriezen een
slot en verleende Medemblik in 1289 stadsrechten.
In het begin van de zestiende eeuw bevond zich de stad in economisch
opzicht op een dieptepunt: de handel, die in de Middeleeuwen voor een
redelijke bloei had gezorgd, was verloren gegaan en de haven was
onbruikbaar geworden. De dijken werden keer op keer door stormen
beschadigd. in 1514 telde Medemblik 321 haardsteden (ca. 1900 inwoners).
Ook de volgende jaren overkwam de stad enkele rampen. In 1517 werd ze
door de Geldersen geplunderd en platgebrand, in 1555 veroorzaakte
opnieuw een brand grote schade. Na een korte belegering door de
Enkhuizers ging Medemblik in juni 1572 over naar de zijde van de Prins.
In de laatste decennia van de zestiende eeuw brak voor de stad een
economische bloeiperiode aan. De handel nam enorm toe en vooral de de
vrachtvaart op de oostzee floreerde. In 1599 werd een nieuwe haven
aangelegd en in 1632 werden nog twee havens gegraven. In dit tijdvak
verkeerde de stad op het hoogtepunt: vrachtvaart naar Oostzee en naar
het zuiden (zouthandel), kustvaart en visserij waren de voornaamste
middelen van bestaan. Medemblik had in 1632 3983 inwoners.
1) P.W. de Lange - Medemblikker
magistraten, 1572-1699, in: Gens Nostra 16 (1961), 59-67. idem -
De ontwikkeling van een oligarch
2) Wel is in 1986 een doctoraalscriptie
(Rijksuniversiteit Utrecht) verschenen over de periode 1650-1680: K.
Kooijman - De regenten van Medemblik tussen 1650 en 1680. Een
onderzoek naar de politieke elite in een kleine Hollandse stad.
3) Gegevens ontleend aan: Hedendaagse Historie of
Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden (1745), deel V,
502-513; De Lange - Regeringsvorm, 120-122, Kooijman - Regenten,
22-25.
© 1954-2012 | Westfriese Families | E-mail
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."