Enkele bijzonderheden uit het leven van Gijsbertus Blankendaal, chirurgijn te Noord-Scharwoude van 1714-1722 (WFON 1975, pagina 115)
Tot zover de getuigen verklaringen die alle ten nadele van de vrouw
zijn. Zelf kon zij hiertegen niet zoveel inbrengen. De gehuwde vrouw was
door de toen geldende wetgeving onmondig. Zij trachtte dit te doorbreken
door zich tot het plaatselijk gerecht te wenden. Op dezelfde 18 juli
1714 vervoegde zij zich bij twee regerende schepenen van
Noord-Scharwoude, Zeger Ootgersz, oud 58 jaar en Cornelis Dirksz
Lantmeter, oud 26 jaar, om te spreken over het geschil tussen haar en
haar man. De schepenen raadden haar aan weer naar haar man te gaan en
zich van haar plicht te kwijten. Later zijn zij met haar mee gegaan naar
het huis van haar man om de onenigheden uit te praten. De vrouw is toen
echter buitensporig gaan lasteren en schelden tegen haar man, zodat de
getuigen een verzoening onmogelijk leek. Toch heeft de chirurgijn op dat
moment zijn vrouw weer aangenomen.
Enige tijd daarna heeft de vrouw zich met een request gericht tot de
schepenen om vrijheid van handelen te verzoeken, teneinde tegen haar man
te kunnen procederen. De schepenen hebben de partijen nog eens gehoord
en besloten dat er een vereniging of accoord zou moeten komen. Het
verzoek van de vrouw om te mogen procederen werd afgewezen omdat de
schepenen veronderstelden, dat zij geen ander doel had dan haar man door
moeilijke en ongegronde proceduren te ruïneren. De chirurgijn had zich
volgens de schepenen, zolang hij te Noord-Scharwoude woonde vroom en
eerlijk gedragen, zonder enige opspraak. Dit laatste volgens
getuigenverklaringen op 25 december 1714 voor eerder genoemde notaris.
Van Gijsbert Gerritsz. Blankendaal zijn geen belastende
getuigenverklaringen betreffende zijn huwelijksmoeilijkheden aanwezig.
Uit de verklaringen blijkt ook niet waar Geertruyt van Borse zich in
december 1714 bevond. Zij schijnt kort daarna te zijn overleden, hoewel
daarover in de begraafregisters van Noord-Scharwoude niets te vinden is.
Op 15 maart 1715 geeft Gijsbert Gerritsz Blankendaal als weduwnaar zijn
voorgenomen huwelijk aan met Maartje Dirks, jonge dochter van
Oudkarspel. Enkele jaren daarna, op 9 augustus 1718, maken Gijsbertus
Blankendaal en zijn vrouw Maartje Dirks Pool hun testament voor notaris
Van Twuyver. Als voogd over eventueel na te laten kinderen stellen zij
onder andere aan Jacob Vroon, koster en schoolmeester te
Noord-Scharwoude, die we dus zeker als een verwante of bevriende relatie
mogen beschouwen. Betrekkelijk kort daarna, op 3 februari 1720 verscheen
dezelfde Jacob Vroon als 30 jarige getuige voor notaris Van Twuyver, die
zich inmiddels te Zuid-Scharwoude had gevestigd, om aldaar op verzoek
van de baljuw van het baljuwschap van de Nieuwburg, jonkheer Diderik van
Leyden, een verklaring af te leggen omtrent het gebeurde in de kerk van
Noord-Scharwoude op 17 december 1719.
© 1954-2012 | Westfriese Families | E-mail
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."