Westfriese families
Wapen van West-Friesland
 

Enkele bijzonderheden uit het leven van Gijsbertus Blankendaal, chirurgijn te Noord-Scharwoude van 1714-1722 (WFON 1975, pagina 113)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 42e bundel, pagina 113-116.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1975.
Auteur: J. P. Geus.

Op 20 maart 1714 kocht Gijsbertus Blankendaal, chirurgijn te Oudkarspel, een huis en erf bij de Mosselbrug te Noord-Scharwoude. Zijn vader, Gerrit Blankendaal, had eveneens het beroep van chirurgijn te Oudkarspel uitgeoefend en was omstreeks 1712 overleden. Hoewel het voor de hand lag dat deze zoon aldaar de praktijk zou voortzetten, blijkt uit latere stukken dat hij zich in 1714 als chirurgijn te Noord-Scharwoude vestigde.
Of mr. Gijsbertus een kundige en geziene chirurgijn is geweest is uit de bewaard gebleven archivalia niet na te gaan. Wel blijkt uit enkele notariële akten dat bij en zijn vrouw meerdere malen hoofdpersoon zijn geweest in de gesprekken van de dag, die in kleine dorpsgemeenschappen meestal van mond tot mond gaan.
Reeds in de zomer van 1714 bleek er grote onenigheid te bestaan tussen de chirurgijn en zijn echtgenote, die te kennen gaf van hem te willen scheiden. Veel bijzonderheden over deze affaire vinden we in een, op verzoek van Gijsbertus Blankendaal opgemaakte, notariële akte waarin begrijpelijk alleen de misstappen van zijn vrouw, Geertruyt van Borse, door getuigen worden bevestigd. De verklaringen werden op 23 december 1714 afgelegd voor Jan van Twuyver, notaris te Oudkarspel en betreffen allemaal Geertruyt van Borse, 'in de wandelinge bekend met de naam Truy'.
Maartje Jans Cloosters te Oudkarspel, oud omtrent 47 jaar, verklaarde dat de vrouw van Gijsbert van Blankendaal in het verleden meerdere malen uit eigen beweging heeft verteld, dat zij haar mans lessenaar, waar zijn geld in was, door middel van een spijker wist te openen en dat zij geen gebrek aan geld had.
Pieter Cornelis Schoenmaker te Oudkarspel, oud omtrent 39 jaar, verklaarde: Dat in dit lopende jaar enige tijd voor de hooitijd Geertruyt van Borse bij hem kwam en sprekende over haar man onder andere uitvoer met de woorden, 'ik sal dat duiveltje bruyen, dat bij niet een veer in zijn nest hout'.
Trijn Jans te Noord-Scharwoude, oud omtrent 26 jaar, verklaarde: 'Dat in de afgelopen zomer de vrouw van Gijsbertus Blankendaal met enige goederen waaronder 1/8 zak bonen heimelijk bij haar kwam om dit onder de hand te verkopen. Zij heeft de goederen toen gekocht, maar meteen gezegd aan dergelijke handelingen niet meer mee te willen werken. Als Trijn Jans enige tijd later ten huize van genoemde Blankendaal was heeft zijn vrouw tegen haar gezegd voornemens te zijn van haar man af te gaan. Zij wilde dan vertrekken naar Amersfoort om daar te blijven wonen. Wel zei ze er bij dat ze dat niet met niets kon doen en niet met lege handen kon vertrekken'.

Volgende pagina


© 1954-2018 | Westfriese Families | E-mail | Sitemap
"Die zijn voorgeslacht niet eert, is zijn eigen naam niet weerd."

Westfries Genootschap